Sonett-Archiv

Normale Version: Vaart op de Voorzaan
Sie sehen gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
Boven den vlotten dansvloed het oranje

van zon teer-woest, droef-toornig aan de kim,

over schuimgolven glijdt goudene glim,

een schip scheert langs koralen wolkenfranje.



Zijn fulpen zeil staat aan het felle straf,

gestalten donkren, doch gelaten, handen,

gewend naar 't westen fosforachtig branden

in laaie vlam van daags verzwindend graf.



Een ster komt aan den klaren hemel rijzen,

die ik weet in haar eeuwig eender staan,

de schepen krijgen kleine lichtjes aan

wieblend in water, dat gaat snel vergrijzen,

uit blauwen schemer zie ik bonte kleuren,

groen, terra-cotta 't oude stadje beuren.
Referenz-URLs