Sonett-Archiv

Normale Version: Ridder, Dood en Duivel (Dürer)
Sie sehen gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
Ridder, Dood en Duivel
(Dürer)

Hij rijdt maar voort, hij rijdt maar voort, het strak

gestadig oog dwaalloos vooruit gericht,

naast hem de Zandglas-drager, 't Hellewicht

vlak achter hem speurt fel, of hij niet brak...



Hij ziet noch op noch om, met stijf gemak

zit hij in 't staal, stil starend in zijn licht;

een levende ernst snoert hem de mond-plooi dicht,

toch is 't soms, of die mond van lachen sprak...



Langs rotsen ruig en over bekkeneelen

stapt rustig 't goede ros, dat kent zijn hand,

en goelijk draaft zijn harig hondje mede.

Heil, heil den Held, die gaat in simplen vrede,

die, 't lot getroost, zijn leven overmant,

en met zijn ziel laat Dood noch Duivel spelen.
Referenz-URLs