Sonett-Archiv

Normale Version: Het verre woud
Sie sehen gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
Gelijk mystieke woudvogels die zacht

En zwart van veeren zijn, en 't licht der dagen

Stil-schuw ontwijken, - die het nimmer wagen

Hun groenige oogen te op'nen dan bij nacht,



Zoo is mijner gedachten duistre pracht:

Ze leven in het verre schaduw-vage

Woud van Verleden, waar geen zon komt dagen,

- Soms, langzaam, valt een blad, geluidloos, zacht -



Geen zonnestraal dringt door en geen geluid

Der wereld...Marmren stilte...Slechts het schreeuwen

Van heesche raven, tuk op lijkenbuit,



Of het weemoedig droomerig gefluit

Van eenen nachtegaal die eeuwen, eeuwen,

Verlangend wacht op zijne zonnebruid.
Referenz-URLs