Sonett-Archiv

Normale Version: Prometheus
Sie sehen gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
.

Al wie als gij 't vuur uit den hemel rooft,

van steiler wil dan mensch mag zijn beschoren,

is tot een levenslangen dood geboren:

dat vuur brandt smarten, die geen water dooft.



Der goden haat klinkt, wie zich god gelooft,

in staal aan de aard, die hij niet wil behooren,

aan harde dorre rots hangt hij verloren,

hij, veler machtigste, ijdel afgesloofd.



De gier laat nimmer af: zijn innigst leven,

oneindig, eeuwig uit zich zelf hersteld,

wordt staâg dien helschen honger weerloos aas.



Stil klemt onwrikbre boei, wijl wreed geraas

van strijd zijn ziel vervult, omhoog gedreven

door eigen nood, door noodlots nood geveld.
Referenz-URLs