Sonett-Archiv

Normale Version: Woestijne, Karel van de: Uit: ‘aan de eeuwige’
Sie sehen gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
Karel van de Woestijne
1878 - 1929 Belgien


Uit: ‘aan de eeuwige’.

I.



Vervarelijk festijn voor onverzaadlijk dorsten:

zóó hebben ze u gekend, bij smaad- of smeek-gebaar,

die, donker van begeerte of heller liefde klaar,

van u besmaald misschien, misschien u tarten dorsten.



o Bralle broeiïng van het schroeiïg-heete haar

dat ge als de kromme vlam van eene toortse torschte';

uitdagend dreigement der driest-gedragen borsten;

o buik die glooit en glanst gelijk een beukelaar.



- Zóó kenden ze u. En ik, waar 'k uwe schoonheid schenne;

ik, die me-zelven miek de' in vrees begeerden Man

die u bevrijden kon en sloeg in slaven-ban;



zelfs ik, uw graauwe Heer, wien géén vrouw ooit zal kennen:

hoe bibbert op mijn lip de bede - o wrang bekennen -,

de bede, uw doem te ontvliên, en die 'k niet bidden kàn....
Referenz-URLs