Sonett-Archiv

Normale Version: Aan KASPER JOAN SMIDS
Sie sehen gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
AAN
KASPER JOAN SMIDS,
Over het ontydig afsterven
Van
GERBRETTA DE GROOT;
zyn toegezeide Bruid.


KASPARUS, die my scheen door’t noodlot uitverkooren
Ten Neef, helaas! de dood heeft u uw Bruid ontschaakt,
Uw Bruid, die zeker was met u in echt geraakt,
Mits zy met u, voor u, was op een nacht gebooren:

Maar nu gaat deze hoop zo vruchteloos verlooren,
Die my, en vader tot een geslacht gemaakt,
Wiens vriendschap nimmer werd door nyd of twist geslaakt,
Maar altyd weêr op nieu blonk beter dan te vooren.

Beklaag, beween haar dood. Beweeg uw ouders meê
Tot trou en treurigheid, en zeg: de dood heeft twee,
Gebooren tot malkaar, zo deerelyk gaan schaaken.

Hou op van klagen, stel uw ouders dus te vree,
GERBRETTA blyft tog dood. haar ouders zyn weêr ree, Om my weêr binnen ’t jaar een andre Bruit te maaken.
Referenz-URLs