Sonett-Archiv

Normale Version: GY Piramiden, en gy oude wonderheên!
Sie sehen gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
GY Piramiden, en gy oude wonderheên!
Gy trotse graven! vol van overdaad de outheit,
Die door de groote pracht, met welke gy gebout zyt,
Toont hoe zomtyds de kunst kan de natuur vertreên.
En gy paleizen der Romeinen! die voor heen
Zo vaak hebt kunnen zien,schoon gy maar steen en hout tyt,
Hoe dat de lui zomtyds door reukelooze stoutheid
In enkle moordery malkaar verpogjes deên;
Hoe ziet men door de tyd nu uw cieraat verslonden?
Daar eer uw glorie blonk, daar pissen nu de honden;
En uw vermaarst gebou lykt nu een varkens hok;
Wyl zelfs uw marmer dan is door de tyd gespleten,
Waarom verwondert my, dat dees myn fulpe rok,
Die ’k al twee jaren draag, is aan de mou versleten?
Referenz-URLs