Sonett-Archiv

Normale Version: Verheeve Gedachten
Sie sehen gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
MYn zinnen, en myn ziel, waar dwaalt gy buiten westen?
Ay keert doch van het pad, van uwe dooling weêr:
Rampsalig, als ghy sijt, wat moogt g’uw hoop toch vesten,
Op yets het geen uw hoop, smyt ’t eenemael ter neer?
Aenschout dees schoone wel, so zult g’uw dooling kennen,
Hier ziet ghy immers, dat indien ghy uw gedacht,
Op so verheven, en zo hoogen plaets wilt wennen:
Light al uw hoop vervalt, en werdt tot niet gebracht.
Siet toe dan, so ghy niet als Icarus wilt vaeren,
Keert van dees heete Son, uw teere wieken af:
Haer straelen dreygen u met ’t vallen in de Baeren:
Eer u zulks dan gebeurt, zo vlucht dees zware straf.
Roemt liever hare glans, en wond’ren zo verheven:
Zo zult gy vry van straf, en veel geruster leven.
Referenz-URLs