Sonett-Archiv

Normale Version: Op de vertalinghe van de Eclogas, ende Georgica Virgilii
Sie sehen gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
De soet singhende Swaen die van de Roomsche stranden
Ghy aerdich by ons loct door u Liers soete dwanck,
Behoord' sijn vleughels niet te laten gaen in swanck,
Nu Mars verwoedtcheyt soeckt ons' vrijheyt te doen stranden.

Want het krijghel ghehoor der Belgische verstanden
Voor de Poëten doof en haer constich ghesanck,
Behaeght sich slechs alleen in der Trompetten clanck,
Een schricklijck voorbood' van Libitinaes branden.

In dees bedroefd' en boos, en ondanckbare tijt,
Sult ghy de wel-verdiend' eer niet ontfaen, o Mander:
De Neerlanders zijn doch niet dan vreemd'lingen meer.

Maer soo dees rasery sy eenmael werden quijt,
En de Neerlander weer sal worden een Neerlander,
Dan sal u Nederlandt storten een vloet van eer.
Referenz-URLs